Arbowet Artikel 3 Arbobeleid

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Scheiding werkplek en transportpaden.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatisch rijdende voertuigen die nog in bedrijf zijn.

 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Markering veilige looproutes.
  • Automatische voertuigen zijn voorzien van elektronische bumpers en stoppen bij aanrijding met een persoon of voorwerp. 
  • Automatische voertuigen zijn uitgerust met een licht en geluidsignaal als deze (gaan) bewegen. 
  • Automatisch voertuigen zijn voorzien van een noodstopvoorziening waarmee deze stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch voertuigen (LoToTo).

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De elektronische bumpers dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Het meerijden op de automatische voertuigen is ten strengste verboden!
  • Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van aanrijding door automatisch rijdende voertuigen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om aanrijding te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Transporteren van materialen naar projectlocatie in gesloten transportmiddelen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Stabiel laden van de lading.
  • Zekeren van de lading, met spanbanden, netten, etc.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Controleer voor vertrek of de lading stabiel geladen en goed gezekerd is.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Bij twijfel tijdens de rit, stop het voertuig op een veilige plaats en controleer de lading.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van het verliezen van lading.
  • Beheersmaatregelen om verliezen van lading te voorkomen.

 

De bestuurder is in bezit van een geldig rijbewijs.

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • (Bedrijfs-)auto’s voorzien van veiligheidsvoorzieningen.
  • Periodiek onderhoud van de (bedrijfs-)auto.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Wisselen van bestuurder wanneer gezamenlijk naar projectlocatie gereden wordt.
  • Voorkomen van dagelijks heen en weer rijden bij verafgelegen projectlocaties.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Houdt je aan de geldende verkeersregels.
  • Laat je tijdens het rijden niet afleiden door collega’s.
  • Pauzeer wanneer langer dan 2 uur aaneengesloten gereden moet worden.
  • Lees en verstuur geen berichten tijdens het rijden.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van autorijden.
  • Beheersmaatregelen om verkeersongevallen te voorkomen.

 

De bestuurder is in bezit van een geldig rijbewijs.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Gebruik gehard glas voorzien van afgeronde randen in plaats van standaard vlakglas met scherpe randen.
  • Voer producten uitgevoerd in plaatmateriaal uit met omgezette randen..
  • Gebruik bij het strippen van draad een draadstripper in plaats van een mes.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Scherm scherpe randen af.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Bij het gebruik van een mes, snij van je af.
  • Gebruik snijbestendige handschoenen conform EN 388, naarmate een handschoen hoger scoort op het gebied van snijbestendigheid, biedt deze meer bescherming.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van letsel als gevolg van snijden.
  • Beheersmaatregelen om snij-incidenten te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Zorg dat alleen bevoegde personen op de bouwplaats komen. 
  • Voorkom onnodig locatiebezoek.
  • Voorkom dat meerdere partijen tegelijk aan het werk zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zet de werkplek af.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem de inhoud van het Veiligheids- en gezondheidsplan op elkaar af. 
  • Stem de werkzaamheden voorafgaand aan de uitvoering af met de andere partijen op de projectlocatie. 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Gebruik de ter plaatse voorgeschreven beschermingsmiddelen, zoals aangegeven op het toegangsbord bij de bouwplaats.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van samenwerken met anderen op een projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om het ontstaan van gevaren te voorkomen.
  • Het melden van situaties die gevaar opleveren als gevolg van samenwerken met derden.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Ga niet onder delen staan die kunnen vallen.
  • Voer geen werkzaamheden uit op de plaats waarboven andere werkzaamheden uitgevoerd worden.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zet de werkplek waar voorwerpen kunnen vallen af met af (geel/zwart of rood/wit).
  • Wanneer materialen van een oger gelegen vloer kunnen vallen, moet deze (werk-)vloer voorzien zijn van een zogenaamde schoprand. 
  • Uitsluitend hijsen met gekeurde hijsmiddelen die geschikt zijn voor de te hijsen last. 
  • Op de juiste wijze aanslaan van de last.
  • Rekening houden met de belasting van hijsbanden en kettingen door een spreidhoek van niet meer dan 120°. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Bij het hijsen afstemmen van de communicatie tussen seingever en machinist, conform de standaard hand en armseinen: 

Algemene gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie

BEGIN

Pas op! Begin van commando

Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven

STOP

Onderbreking

Einde van de beweging

De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden

EINDE

Einde van de werkzaamheden

Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verticale bewegingen
Betekenis Beschrijving Illustratie

HIJSEN

Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven

 

 

Horizontale bewegingen
Betekenis Beschrijving Illustratie

VOORUIT

Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt

NAAR RECHTS

ten opzichte van de signaalgever

Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt

NAAR LINKS

ten opzichte van de signaalgever

Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven

 

 

Gevaar
Betekenis Beschrijving Illustratie

GEVAAR

Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd  
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd  

 

 

 

Indien de mondelinge mededeling wordt gebruikt in plaats van of ter aanvulling van hand- of armseinen en er geen codes worden gebruikt, worden met name de volgende woorden gebruikt:

START: om het begin van een commando aan te duiden.
STOP: om een beweging te onderbreken of te beëindigen.
EINDE: om de werkzaamheden stop te zetten.
HIJSEN: om een last te doen hijsen.
VIEREN: om een last te doen vieren.
VOORUIT, ACHTERUIT, LINKS, RECHTS in combinatie met het juiste hand- of armsein: om een beweging in een bepaalde richting te doen plaatsvinden.
GEVAAR: om een noodstop af te dwingen.
SNEL: om een beweging te versnellen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Zorg dat op de bouwplaats een bouwhelm gedragen wordt om het hoofd te beschermen.

 

Wanner er kans bestaat om getroffen te worden door vallende voorwerpen, worden de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt:

  • Veiligheidshelm
  • Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren en oorzaken van vallende voorwerpen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om letsel te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Werk nooit op een werkplek bij of in de directe omgeving van een automatische installatie die nog in bedrijf is.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatische transportsystemen.
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch werkende machines (LoToTo). 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zorg ervoor dat de machine niet kan worden ingeschakeld tijdens de werkzaamheden door het plaatsen van een hangslot en gevarenkaart op de werkschakelaar van de installatie (toepassen van LoToTo).
  • Zet de omgeving af met hekken, linten of pylonnen indien gewerkt wordt nabij plaatsen waar andere mensen letsel kunnen oplopen als gevolg van jouw werkzaamheden.
  • Afscherming van automatisch werkende machines. 
  • Automatische machines en transportsystemen zijn voorzien van benaderingsschakelaars/ lichtschermen waardoor deze automatisch stoppen.
  • Automatische transportsystemen uitrusten met een geluidssignaal als deze gaan bewegen. 
  • De automatisch werkende machine is voorzien van een noodstopvoorziening waarmee de machine stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Zorg dat je de mensen in de omgeving informeert wat je gaat doen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De optische sensoren dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Blijf weg uit de ruimte tussen de railbuisbanen, containerrollenbanen, lieren, afduwers of andere bewegende componenten wanneer het systeem in bedrijf is.
  • Blijf weg uit de ruimten waarvoor je niet bevoegd bent, aangegeven met een hekwerk of andere signalering.
  • Draag veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van automatisch werkende machines op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om letsel te voorkomen.

 

Alleen medewerkers die beschikken over de juiste aantoonbare deskundigheid mogen service en onderhoudswerkzaamheden aan deze machines uitvoeren.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Zorg dat alleen bevoegde personen op de bouwplaats komen. 
  • Voorkom onnodig locatiebezoek.
  • Voorkom dat meerdere partijen tegelijk aan het werk zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zet de werkplek af.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem de inhoud van het Veiligheids- en gezondheidsplan op elkaar af. 
  • Stem de werkzaamheden voorafgaand aan de uitvoering af met de andere partijen op de projectlocatie. 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Gebruik de ter plaatse voorgeschreven beschermingsmiddelen, zoals aangegeven op het toegangsbord bij de bouwplaats.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van samenwerken met anderen op een projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om het ontstaan van gevaren te voorkomen.
  • Het melden van situaties die gevaar opleveren als gevolg van samenwerken met derden.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Bekijk of er een alternatieve methode is om werkzaamheden met risico op brand zoals lassen, branden of gebruik brandbare stoffen uit te voeren. Bijvoorbeeld toepassen van knelkoppelingen in plaats van solderen of PVC lijmen.
  • Voorkom de combinatie brandbare stof en ontbrandingstemperatuur.
  • Brandbare gevaarlijke stoffen niet gebruiken als er hittebronnen in de buurt zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Het afschermen/verplaatsen van brandbare stoffen, zoals het wegzetten van kartonnen dozen tijdens het lassen.
  • Het plaatsen van schermen tijdens het lassen/slijpen/ bij andere werkzaamheden waar vonken vanaf komen.
  • Zorg voor voldoende afzuiging/ventilatie in omgevingen waar brandbare stoffen kunnen vrijkomen. 
  • Zorg voor opslagvoorzieningen voor verpakte brandbare stoffen conform PGS-15. 
  • Het keuren van machines/gereedschap/installaties waarbij gevaar is voor kortsluiting. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Wanneer brandgevaarlijke werkzaamheden uitgevoerd gaan worden in een omgeving die gevoelig is voor brandgevaar, zorg voor:

  • Aanwezigheid van blusmiddelen. 
  • Dat er na afronding van de werkzaamheden voor het verlaten van de projectlocatie een nacontrole plaatsvindt om zeker te stellen dat er geen smeulende resten zijn achtergebleven.
  • Zorg voor het opruimen van de werkplek en het opslaan van brandgevaarlijke materialen in de daarvoor bestemde opslagvoorzieningen. 
  • Zorg dat de Bedrijfshulpverlening op de projectlocatie georganiseerd is. 
  • Zorg voor de aanwezigheid van een alarmkaart zodat in geval van nood duidelijk is op welke wijze opgeschaald kan worden.
  • Inrichten van een verzamelplaats op de projectlocatie. 

Typen toe te passen blusmiddelen zijn:

	Brandklasse 	A	B	C	D	F 	Vaste stoffen (hout, papier, textiel etc)	Vloeistoffen (olie, benzine, diesel, ontvetter, verf etc.)	Gassen (butaan, propaan, aardgas, etc.)	Metalen (magnesium, aluminium, natrium etc.) 	Oliën en vetten (frituurvet e.d.) Type Blusmiddel	Water	V	X	X	X	X 	Schuim	V	V	X	X	V 	Poeder	V	V	V	X	X 	CO2	X	V	X	V	V

Bij het blussen van een elektrische installatie dient deze eerst spanningsloos gemaakt te worden, alvorens met blussen gestart kan worden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Bij het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden kunnen werknemers beschikken over de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Brandvertragende kleding
  • Brandvertragende handschoenen

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren brandgevaar.
  • Beheersmaatregelen om het ontstaan van brand te voorkomen.
  • Te nemen maatregelen bij het ontstaan van brand.
  • Hoe de bedrijfsnoodorganisatie op de projectlocatie georganiseerd is.

 

Bedrijfshulpverleners ontvangen een passende training om:

  • Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
  • Het beperken en bestrijden van een brand en de gevolgen daarvan.
  • Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van werknemers en derden van de projectlocatie.

 

De werkgever of de inlener (van uitzendkrachten) is verantwoordelijk voor:

  • Het beschikbaar stellen van de persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Voorlichting en onderricht aan de werknemer over het doel van en de wijze waarop de PBM gebruikt dienen te worden.
  • Toezien op het juiste gebruik van de PBM.

 

Plichten van werknemer ten aanzien van PBM:

  • Regelmatig controleren.
  • Juist gebruiken.
  • Zorgvuldig opslaan.
  • Goed beheren.

 

Plichten van fabrikanten/eisen:

Abonneren op RSS - Arbowet Artikel  3 Arbobeleid