Arbobesluit Artikel 4. 6 Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom de combinatie brandbare stof en ontbrandingstemperatuur.
  • Voorkom explosiegevaar, waar mogelijk, door een andere techniek toe te passen/ andere stoffen te gebruiken.
  • Voorkom vrijkomen van gas.
  • Plaats flessen met gassen buiten/ niet in afgesloten ruimtes.
  • Voorkom elektrostatische ontladingen die van werknemers of de arbeidsplaats als ladingsdrager of ladingsproducent kunnen uitgaan. 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • In ruimtes waarin explosiegevaar kan bestaan worden gereedschappen en middelen gebruikt die voldoen aan ATEX 114 (Explosieveilig zijn)
  • Zorg voor voldoende afzuiging/ventilatie in omgevingen waar brandbare stoffen kunnen vrijkomen.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Neem kennis van het explosieveiligheidsdocument en volg de maatregelen op.
  • Zorg voor markering van de gevarenzone (het gebied waar explosiegevaar kan bestaan). 
  • Wanneer er kans is op explosiegevaar, voer dan metingen uit om de concentratie van de explosieve stof te bepalen.
  • Betreed de ruimte pas als de concentratie van explosieve dampen kleiner is dan 10%^van de onderste explosiegrens.
  • Kunnen er gedurende de werkzaamheden nog stoffen vrijkomen die kans op explosie veroorzaken, voer dan continu metingen uit om de concentratie te bepalen.
  • Betreed alleen een ruimte waar kans op explosiegevaar is, als je hiervoor instructie en toestemming hebt ontvangen.
  • Zorg dat de Bedrijfshulpverlening op de projectlocatie georganiseerd is. 
  • Zorg voor de aanwezigheid van een alarmkaart zodat in geval van nood duidelijk is op welke wijze opgeschaald kan worden.
  • Inrichten van een verzamelplaats op de projectlocatie. 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Draag antistatische kleding/schoeisel.
  • Draag de juiste PBM’s passend bij de werkzaamheden en het explosiegevaar. Denk hierbij bijv. aan een gelaatsscherm en brandwerende kleding.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van explosies.
  • Beheersmaatregelen om het ontstaan van explosies te voorkomen.
  • Te nemen maatregelen bij explosie.
  • Hoe de bedrijfsnoodorganisatie op de projectlocatie georganiseerd is.

 

Bedrijfshulpverleners ontvangen een passende training om:

  • Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
  • Het beperken en bestrijden van een brand en de gevolgen daarvan.
  • Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van werknemers en derden van de projectlocatie.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Bekijk of er een alternatieve methode is om werkzaamheden met risico op brand zoals lassen, branden of gebruik brandbare stoffen uit te voeren. Bijvoorbeeld toepassen van knelkoppelingen in plaats van solderen of PVC lijmen.
  • Voorkom de combinatie brandbare stof en ontbrandingstemperatuur.
  • Brandbare gevaarlijke stoffen niet gebruiken als er hittebronnen in de buurt zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Het afschermen/verplaatsen van brandbare stoffen, zoals het wegzetten van kartonnen dozen tijdens het lassen.
  • Het plaatsen van schermen tijdens het lassen/slijpen/ bij andere werkzaamheden waar vonken vanaf komen.
  • Zorg voor voldoende afzuiging/ventilatie in omgevingen waar brandbare stoffen kunnen vrijkomen. 
  • Zorg voor opslagvoorzieningen voor verpakte brandbare stoffen conform PGS-15. 
  • Het keuren van machines/gereedschap/installaties waarbij gevaar is voor kortsluiting. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Wanneer brandgevaarlijke werkzaamheden uitgevoerd gaan worden in een omgeving die gevoelig is voor brandgevaar, zorg voor:

  • Aanwezigheid van blusmiddelen. 
  • Dat er na afronding van de werkzaamheden voor het verlaten van de projectlocatie een nacontrole plaatsvindt om zeker te stellen dat er geen smeulende resten zijn achtergebleven.
  • Zorg voor het opruimen van de werkplek en het opslaan van brandgevaarlijke materialen in de daarvoor bestemde opslagvoorzieningen. 
  • Zorg dat de Bedrijfshulpverlening op de projectlocatie georganiseerd is. 
  • Zorg voor de aanwezigheid van een alarmkaart zodat in geval van nood duidelijk is op welke wijze opgeschaald kan worden.
  • Inrichten van een verzamelplaats op de projectlocatie. 

Typen toe te passen blusmiddelen zijn:

	Brandklasse 	A	B	C	D	F 	Vaste stoffen (hout, papier, textiel etc)	Vloeistoffen (olie, benzine, diesel, ontvetter, verf etc.)	Gassen (butaan, propaan, aardgas, etc.)	Metalen (magnesium, aluminium, natrium etc.) 	Oliën en vetten (frituurvet e.d.) Type Blusmiddel	Water	V	X	X	X	X 	Schuim	V	V	X	X	V 	Poeder	V	V	V	X	X 	CO2	X	V	X	V	V

Bij het blussen van een elektrische installatie dient deze eerst spanningsloos gemaakt te worden, alvorens met blussen gestart kan worden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Bij het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden kunnen werknemers beschikken over de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Brandvertragende kleding
  • Brandvertragende handschoenen

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren brandgevaar.
  • Beheersmaatregelen om het ontstaan van brand te voorkomen.
  • Te nemen maatregelen bij het ontstaan van brand.
  • Hoe de bedrijfsnoodorganisatie op de projectlocatie georganiseerd is.

 

Bedrijfshulpverleners ontvangen een passende training om:

  • Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
  • Het beperken en bestrijden van een brand en de gevolgen daarvan.
  • Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van werknemers en derden van de projectlocatie.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Stop de werkzaamheden bij aantreffen bodemverontreiniging en meld dit bij de leidinggevende.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Bodemonderzoek uit laten voeren
  • Werkplek afzetten
  • Sanitaire voorzieningen

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Werken conform CROW 400 
  • Aanstellen van een DLP-er
  • Werkplan en een TRA opstellen wanneer noodzakelijk

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Wanneer gewerkt moet worden in vervuilde grond moet gewerkt worden conform het werkplan en dienen de aanwijzingen van de DLP-er opgevolgd te worden.
  • Periodieke medische keuring voorafgaand ana het werken in vervuilde grond.

 

Afhankelijk van de voorschriften in het werkplan:

  • Beschermende kleding (nauwsluitende overal)
  • Nitril werkhandschoenen
  • Laarzen (S5)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • Gevaren voor de gezondheid van de stoffen bij het werk.
  • Aard van de blootstelling.
  • Grenswaarden en maatregelen bij overschrijding ervan.
  • Voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen of te beperken.
  • Voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van calamiteiten.
  • Hygiënische maatregelen.
  • Het dragen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Maatregelen bij calamiteiten met gevaarlijke stoffen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom laswerkzaamheden door andere werkmethoden toe te passen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Zorg bij het uitvoeren van laswerkzaamheden voor de volgende maatregelen:

  • Scherm de werkplek af ter voorkoming van blootstelling derden
  • Ruimteventilatie door in voldoende grote ruimte met ventilatiemogelijkheden de werkzaamheden uit te laten voeren, dit kan worden bereikt door openen van luchtramen of open laten van een deel van de gevel.
  • Bronafzuiging.
  • Toortsafzuiging.

 

Zorg er voor dat het te lassen oppervlak vrij is van:

  • Vetten
  • Ontvettingsmiddel
  • Verf / menie
  • Olie

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Afstemmen volgorde van uitvoering van werkzaamheden, laswerk uit laten voeren alvorens de gevel geheel te sluiten (natuurlijke ventilatie).
  • Werknemers die niet noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de laswerkzaamheden niet in de buurt of in dezelfde ruimte als waar de laswerkzaamheden uitgevoerd worden aanwezig laten zijn.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Gebruik lashelm of verseluchthelm, zet de lashelm na het lassen niet te snel omhoog, wacht 5 seconde tot de lasrook verdwenen is.
  • De lashelmen zijn voor kortdurende laswerkzaamheden, deze beschikken immers niet over een filter of toevoer van verse lucht.
  • Bij laswerkzaamheden van lange duur waarbij de werknemer meer blootgesteld wordt aan lasrook is de overdrukhelm beter, deze biedt een hogere beschermingsfactor.
  • Bij hoge concentraties lasrook (in besloten ruimtes zoals warmteopslagtank) onafhankelijke adembescherming gebruiken.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft de werknemers voorlichting over:

  • Gevaren van blootstelling aan lasrook.
  • Maatregelen die genomen moeten worden om blootstelling aan lasrook te voorkomen.
  • Uitleg te geven over de juiste toepassing van afzuiging en gebruik van PBM.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Vervangen van kankerverwekkende stoffen, door veiliger alternatieven.
  • Verdiepende RI&E gevaarlijke stoffen. 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Afzuiging
  • Afscherming
  • Voer bij twijfel metingen uit om de mogelijke blootstelling vast te stellen.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

De werkgever houdt een register bij met: 

  • CMR-stoffen waaraan werknemers blootgesteld worden.
  • Werknemers die blootgesteld (kunnen) worden aan CMR-stoffen, onder vermelding van de blootstelling die zij kunnen ondergaan.

 

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan CMR-stoffen wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) te ondergaan: 

  • Vóór de aanvang van de blootstelling.
  • Wanneer blootstellig heeft plaatsgevonden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Afhankelijk van het type stof, overeenkomstig het veiligheidsinformatieblad:

  • Beschermende kleding
  • Handschoenen
  • (onafhankelijke) Adembescherming
  • Veiligheidsbril

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever instrueert werknemers om de werkzaamheden te stoppen bij het constateren dat een van de stoffen waarmee gewerkt wordt een CMR stof is. Dit te melden bij de leidinggevende en de werkzaamheden pas te hervatten als dit op een veilige wijze kan.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom bloostelling aan kwartstof, door producten op maat te kopen zodat zagen of slijpen niet noodzakelijk is.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Pas bronafzuiging toe door toepassing van machines met ingebouwde afzuiging.
  • Gebruik water ter voorkoming van stofvorming.
  • Toepassen van ruimteventilatie.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Zorg dat geen overige werkzaamheden uitgevoerd worden in ruimten waar kwartsstof vrij kan komen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Gebruik adembescherming stoffilter P3.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • De gevaren van kwartsstof.
  • De maatregelen om blootstelling te voorkomen.

 

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkomen van dode stukken in leidingen.
  • Voorkomen ontstaan van waternevel.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Toepassen van keerkleppen.
  • Droogzetten van leidingen die alleen in geval van nood gebruikt moeten worden.
  • Afsluiten leidingdelen die niet gebruikt worden.
  • Biofilters installeren in leidingsystemen.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Opstellen en naleven van een legionellabeheersplan.
  • Leidingen regelmatig doorspoelen.

 

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan legionella wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: 

  • Wanneer een infectie of ziekte is opgelopen.
  • Bij dezelfde blootstelling aan legionella waarbij een collega is ziek geworden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Bij goed onderhoud en voldoende preventieve maatregelen zijn persoonlijke beschermingsmiddelen in principe niet noodzakelijk.

 

Maar kan dat dor de opdrachtgever niet voldoende aangetoond worden, dient gebruik gemaakte worden van:

  • Adembescherming in de vorm van filtermaskers klasse FFP3

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • De mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met legionella.
  • De te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen.
  • De te nemen actie in geval zich een ongeval voordoet met legionella.
  • De bestaande hygiënische voorschriften.
  • Het dragen en gebruiken van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom blootstelling aan biologische agentia door vorkomen van werkzaamheden waarbij de kans op blootstelling aan biologische agentia aanwezig is. 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Treffen van maatregelen waarbij het vrijkomen van biologische agentia beperkt wordt.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Indien vermoeden bestaat op de aanwezigheid van biologische agentia van categorie 2 of hoger, wordt indien mogelijk onderzoek gedaan naar de aanwezigheid daarvan. 
  • Beperk het aantal werknemers dat werkzaamheden verricht waarbij kans is op blootstelling aan biologische agentia. 
  • Zorg voor zover noodzakelijk voor douches, oogdouches en huidantiseptica.

 

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan biologische agentia wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: 

  • Vóór de aanvang van de blootstelling.
  • Wanneer een infectie of ziekte is opgelopen.
  • Bij dezelfde blootstelling aan biologische agentia waarbij een collega is ziek geworden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Op plaatsen waar gevaar bestaat voor blootstelling aan biologische agentia wordt niet gerookt noch wordt daar voedsel of drank genuttigd.
  • Trek verontreinigde kleding uit en was de handen voor het eten en drinken.

 

Werknemers krijgen de beschikking over bij de biologische agentia passende persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals:

  • Handschoenen
  • Veiligheidsschoenen
  • Veiligheidsbril/gelaatsbescherming
  • Vanaf categorie 2: beschermende kleding.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • De mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met biologische agentia;
  • De te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;
  • De te nemen actie in geval zich een ongeval voordoet met biologische agentia;
  • De bestaande hygiënische voorschriften;
  • Het dragen en gebruiken van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Voorkom gebruik van gevaarlijke stoffen, is er vervanging mogelijk, door varianten die niet gevaarlijk zijn of kunnen er andere werkwijzen toegepast worden, zoals:

  • Toepassen van knel of schuifverbindingen i.p.v. lijmen, lassen of solderen.
  • Toepassen van andere basismaterialen waardoor spiegellassen toegepast kan worden i.p.v. lijmen.

 

Geen gebruik maken van kankerverwekkende stoffen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Opslag van gevaarlijke stoffen in daarvoor bestemde opslagvoorzieningen.
  • Zorg dat alle verpakkingen van gevaarlijke stoffen voorzien zijn van een duidelijk leesbaar etiket met daarop de naam van de stof, gevaarsymbolen en P- en H-zinnen. 
  • Beperk de werkvoorraad. 

 

Bij onderhoud aan mestsystemen, neem de volgende maatregelen:

  • Laat de leidingen spoelen alvorens deze te openen.
  • Sluit de afsluiters zo mogelijk door afblinden van flensen.
  • Pas LoToTo toe.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Voer als organisatie een verdiepende RI&E uit op gevaarlijke stoffen die op locatie gebruikt worden. 
  • Zorg voor de beschikbaarheid op de werklocatie van de relevante Veiligheidsinformatiebladen. 
  • Niet roken, eten en drinken op plaatsen waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt.
  • Zorg dat een oogdouche beschikbaar is.
  • Zorg voor een opgeruimde werkplek, ruim de stoffen na gebruik en eind van de dag op in de daarvoor bestemde opslagvoorzieningen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Gebruik de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen, in overeenstemming met het Veiligheidsinformatieblad:

  • Beschermende kleding
  • Chemicaliënbestendige handschoenen
  • Veiligheidsschoenen chemicaliënbestendig
  • Veiligheidsbril/gelaatsbescherming

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • Gevaren voor de gezondheid van de stoffen bij het werk.
  • Aard van de blootstelling.
  • Grenswaarden en maatregelen bij overschrijding ervan.
  • Voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen of te beperken.
  • Voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van calamiteiten.
  • Hygiënische maatregelen.
  • Het dragen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Maatregelen bij calamiteiten met gevaarlijke stoffen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom ontstaan van stof door materialen op maat en kant en klaar aan te leveren op de projectlocatie, zodat het niet nodig is om de producten na te bewerken en er schadelijk stof kan vrijkomen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zorg voor bronafzuiging bij het ontstaan van stof.
  • Voer bij twijfel aan de concentratie metingen uit.
  • Zorg voor voldoende ventilatie.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Werknemers die niet noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden die stof veroorzaken, niet aanwezig laten zijn in de buurt of in dezelfde ruimte.
  • Beperk de blootstellingsduur door afwisseling van werkzaamheden.

 

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen waarvoor een biologische grenswaarde is vastgesteld, moet in de gelegenheid worden gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: 

  • Vóór de aanvang van de blootstelling.
  • Bij het overschrijden van de biologische grenswaarde.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Gebruik adembescherming met juiste type stoffilter (FFP 1, 2 of 3)
  • Bij hoge concentraties of in besloten ruimtes onafhankelijke adembescherming gebruiken
  • Bij onafhankelijke adembescherming: opleiding gebruik onafhankelijke adembescherming

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • De gevaren verbonden aan de blootstelling aan gevaarlijke gassen en dampen.
  • De noodzakelijke beheersmaatregelen om blootstelling te beperken of voorkomen.
  • De toepassing van het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Bij het gebruik van een persluchtmasker, heeft de werknemer ook:

  • Een training gevolgd voor het gebruik van persluchtmaskers.
  • Een keuring op medische geschiktheid voor het gebruik van persluchtmaskers.

 

Pagina's

Abonneren op RSS - Arbobesluit Artikel 4. 6 Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen