Arbobesluit Artikel 7.10 Alarmsignalen

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Scheiding werkplek en transportpaden.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatisch rijdende voertuigen die nog in bedrijf zijn.

 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Markering veilige looproutes.
  • Automatische voertuigen zijn voorzien van elektronische bumpers en stoppen bij aanrijding met een persoon of voorwerp. 
  • Automatische voertuigen zijn uitgerust met een licht en geluidsignaal als deze (gaan) bewegen. 
  • Automatisch voertuigen zijn voorzien van een noodstopvoorziening waarmee deze stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch voertuigen (LoToTo).

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De elektronische bumpers dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Het meerijden op de automatische voertuigen is ten strengste verboden!
  • Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van aanrijding door automatisch rijdende voertuigen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om aanrijding te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Leidingen beugelen
  • Juiste montage van slangen
  • Periodieke keuring en onderhoud van machines in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Inspecteer de machine voor gebruik, laat lekkende koppelingen en beschadigde slangen repareren.
  • Voldoende afstand houden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Bij ontkoppelen van hydraulische apparatuur ten behoeve van onderhoud:

  • Nitril handschoenen
  • Gelaatsscherm

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van hydraulische injectie.
  • Beheersmaatregelen om hydraulische injectie te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom dat op locatie nog schuur of slijpwerkzaamheden plaats moeten vinden door aanleveren van materialen die al voorbewerkt zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Toepassen van afscherming op machines. 
  • Periodieke keuring en onderhoud van machines in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Gescheiden houden van schuur, slijp en zaagwerkzaamheden van andere werkzaamheden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Oogbescherming voorzien van zijklepjes

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van rondvliegende deeltjes.
  • Beheersmaatregelen om oogletsel door rondvliegende deeltjes te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom dat constructiedelen of leidingen op een hoogte van minder dan 2 meter hangen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Beng stootbescherming aan op laag hangende delen.
  • Zorg voor voldoende verlichting van de arbeidsplaats.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Breng signalering aan op plaatsen waar kans bestaat op stoten van het hoofd bijvoorbeeld zwart/geel of rood/wit. 

 

Bij werken op hoogte met hoogwerkers, (inclusief buisrailwagens en monorailwagens):

  • De bediener is verantwoordelijk om er voor te zorgen dat bij het omhoog gaan of verplaatsen, er niemand het hoofd kan stoten tegen delen van de constructie of installatie.
  • Laat je niet afleiden door collega’s wanneer je de hoogwerker bediend. Mocht je tussendoor wat gevraagd worden, stop dan de beweging van de hoogwerker.
  • Laat geen personen onnodig meerijden op de hoogwerker.
  • Bij het verplaatsen van de hoogwerker, breng deze terug in de neutraalstand en stel zeker dat er voldoende ruimte is om obstakels veilig te kunnen passeren.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Maak gebruik van:

  • Helm of stootcap
     
Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van stoten van het hoofd.
  • Beheersmaatregelen om stoten van het hoofd te voorkomen en gevolgen daarvan te beperken.

 

Wet- en regelgeving: 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom dat op locatie nog schuur of slijpwerkzaamheden plaats moeten vinden door aanleveren van materialen die al voorbewerkt zijn.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Toepassen van afscherming op machines. 
  • Gebruik bij voorkeur machines die voorzien zijn van een dodemansknop (deze stopt bij loslaten).
  • Periodieke keuring en onderhoud van machines in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant. 
  • Zorg voor voldoende verlichting op de werkplek.

 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Stel zeker dat de machine uitgedraaid is alvorens deze weg te leggen.

 

Gebruik op plaatsen waar kans is op schuren en schaven:

  • Werkkleding
  • Schuurbestendige Werkhandschoenen conform EN 388, naarmate een handschoen hoger scoort op het gebied van schuurvastheid, biedt deze meer bescherming.

 

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van schuren en schaven en de oorzaken daarvan.
  • Beheersmaatregelen om verwondingen door schuren en  schaven te voorkomen.
  • Instructie over het gebruik van schuur en slijpmachines.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Zorg voor een overzichtelijke werkplek.
  • Nooit tussen/onder bewegende voorwerpen staan.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zorg voor afscherming van bewegende voorwerpen.
  • Zorg voor het stabiel opslaan van materialen, stel zeker dat deze niet om kunnen vallen eventueel door het gebruik van stutten of steunen.
  • Zorg dat machines voorzien zijn van sensoren / lichtschermen die aanwezigheid detecteren en vervolgens uitschakelen.
  • Zorg dat machines voorzien zijn van een goed bereikbare noodstop om deze in geval van nood uit te kunnen schakelen. 
  • Schakel in overleg met de opdrachtgever automatisch bewegende machines uit en stel deze veilig middels LoToTo.
  • Zorg dat de schaar van hoogwerkers, buisrailwagens en hefplatforms is afgeschermd of voorzien van beveiliging.
  • Periodieke keuring en onderhoud van machines in overeenstemming met de voorschriften van de fabrikant. 
  • Zorg voor een voldoende verlichte werkplek. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Bij werken op hoogte met hoogwerkers, (inclusief buisrailwagens en monorailwagens):

  • De bediener is verantwoordelijk om er voor te zorgen dat bij het omhoog gaan of verplaatsen, er niemand bekneld kan raken tussen de hoogwerker en delen van de constructie of installatie.
  • Laat je niet afleiden door collega’s wanneer je de hoogwerker bediend. Mocht je tussendoor wat gevraagd worden, stop dan de beweging van de hoogwerker.
  • Laat geen personen onnodig meerijden op de hoogwerker.
  • Bij het verplaatsen van de hoogwerker, breng deze terug in de neutraalstand en stel zeker dat er voldoende ruimte is om obstakels veilig te kunnen passeren.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Werkhandschoenen
  • Veiligheidsschoenen (S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren knel en pletgevaar in verschillende situaties
  • Beheersmaatregelen om knel en pletgevaar te voorkomen.

 

De bediener van een hoogwerker (inclusief buisrailwagens en monorailwagens) beschikt over aantoonbare deskundigheid en praktijktraining.

 

Onderhoud aan machines wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Werk nooit op een werkplek bij of in de directe omgeving van een automatische installatie die nog in bedrijf is.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatische transportsystemen.
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch werkende machines (LoToTo). 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zorg ervoor dat de machine niet kan worden ingeschakeld tijdens de werkzaamheden door het plaatsen van een hangslot en gevarenkaart op de werkschakelaar van de installatie (toepassen van LoToTo).
  • Zet de omgeving af met hekken, linten of pylonnen indien gewerkt wordt nabij plaatsen waar andere mensen letsel kunnen oplopen als gevolg van jouw werkzaamheden.
  • Afscherming van automatisch werkende machines. 
  • Automatische machines en transportsystemen zijn voorzien van benaderingsschakelaars/ lichtschermen waardoor deze automatisch stoppen.
  • Automatische transportsystemen uitrusten met een geluidssignaal als deze gaan bewegen. 
  • De automatisch werkende machine is voorzien van een noodstopvoorziening waarmee de machine stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Zorg dat je de mensen in de omgeving informeert wat je gaat doen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De optische sensoren dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Blijf weg uit de ruimte tussen de railbuisbanen, containerrollenbanen, lieren, afduwers of andere bewegende componenten wanneer het systeem in bedrijf is.
  • Blijf weg uit de ruimten waarvoor je niet bevoegd bent, aangegeven met een hekwerk of andere signalering.
  • Draag veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van automatisch werkende machines op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om letsel te voorkomen.

 

Alleen medewerkers die beschikken over de juiste aantoonbare deskundigheid mogen service en onderhoudswerkzaamheden aan deze machines uitvoeren.

 

Abonneren op RSS - Arbobesluit Artikel 7.10 Alarmsignalen