Arbowet Artikel 11 Algemene verplichtingen voor werknemers

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Scheiding werkplek en transportpaden.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatisch rijdende voertuigen die nog in bedrijf zijn.

 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Markering veilige looproutes.
  • Automatische voertuigen zijn voorzien van elektronische bumpers en stoppen bij aanrijding met een persoon of voorwerp. 
  • Automatische voertuigen zijn uitgerust met een licht en geluidsignaal als deze (gaan) bewegen. 
  • Automatisch voertuigen zijn voorzien van een noodstopvoorziening waarmee deze stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch voertuigen (LoToTo).

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De elektronische bumpers dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Het meerijden op de automatische voertuigen is ten strengste verboden!
  • Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van aanrijding door automatisch rijdende voertuigen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om aanrijding te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Werk nooit op een werkplek bij of in de directe omgeving van een automatische installatie die nog in bedrijf is.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatische transportsystemen.
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch werkende machines (LoToTo). 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Zorg ervoor dat de machine niet kan worden ingeschakeld tijdens de werkzaamheden door het plaatsen van een hangslot en gevarenkaart op de werkschakelaar van de installatie (toepassen van LoToTo).
  • Zet de omgeving af met hekken, linten of pylonnen indien gewerkt wordt nabij plaatsen waar andere mensen letsel kunnen oplopen als gevolg van jouw werkzaamheden.
  • Afscherming van automatisch werkende machines. 
  • Automatische machines en transportsystemen zijn voorzien van benaderingsschakelaars/ lichtschermen waardoor deze automatisch stoppen.
  • Automatische transportsystemen uitrusten met een geluidssignaal als deze gaan bewegen. 
  • De automatisch werkende machine is voorzien van een noodstopvoorziening waarmee de machine stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Zorg dat je de mensen in de omgeving informeert wat je gaat doen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De optische sensoren dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Blijf weg uit de ruimte tussen de railbuisbanen, containerrollenbanen, lieren, afduwers of andere bewegende componenten wanneer het systeem in bedrijf is.
  • Blijf weg uit de ruimten waarvoor je niet bevoegd bent, aangegeven met een hekwerk of andere signalering.
  • Draag veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van automatisch werkende machines op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om letsel te voorkomen.

 

Alleen medewerkers die beschikken over de juiste aantoonbare deskundigheid mogen service en onderhoudswerkzaamheden aan deze machines uitvoeren.

 

De werkgever of de inlener (van uitzendkrachten) is verantwoordelijk voor:

  • Het beschikbaar stellen van de persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Voorlichting en onderricht aan de werknemer over het doel van en de wijze waarop de PBM gebruikt dienen te worden.
  • Toezien op het juiste gebruik van de PBM.

 

Plichten van werknemer ten aanzien van PBM:

  • Regelmatig controleren.
  • Juist gebruiken.
  • Zorgvuldig opslaan.
  • Goed beheren.

 

Plichten van fabrikanten/eisen:

Abonneren op RSS - Arbowet Artikel 11 Algemene verplichtingen voor werknemers