Convenant Veilig repareren en onderhouden van tuinbouwkassen. (2012)

CONVENANT VEILIG REPAREREN EN ONDERHOUDEN VAN TUINBOUWKASSEN

DE PARTIJEN:

-de in Bleiswijk gevestigde vereniging LTO Nederland, hieronder te noemen LTO Nederland, vertegenwoordigd door haar voorzitter glastuinbouw de heer N. van Ruiten;

- de in Hasselt gevestigde verzekeringsmaatschappijAgriVer B.A., hieronder te noemen AgriVer, vertegenwoordigd door haar directeur A.M. Boersma;

- de in Wiesbaden, Duitsland gevestigde verzekeringsmaatschappij Gartenbau Versicherung VVaG, hieronder te noemen Gartenbau, vertegenwoordigd door haar directeur de heer M. Klunke

-de in Leiden gevestigde verzekeringsmaatschappij N.V.Achmea schade, handelend onder de namen Interpolis en Avéro Achmea, hieronder te noemen Achmea, vertegenwoordigd door de heer B.W.M. Koeckhoven, manager Interpolis Agro;

-de in Vlaardingen gevestigde vereniging Nederlandse Vereniging van Onderaan-nemers in de Kassenbouw, hieronder te noemen N.V.O.K., vertegenwoordigd door haar voorzitter de heer M.L. Boonstra;

-de in ’s-Gravenzande gevestigde vereniging Organisatie van Tuinbouwadviseurs en -Onderzoekers, hierna te noemen O.V.T.O., vertegenwoordigd door haar voorzitter de heer A.A. Hanemaaijer;

-de in Amsterdam gevestigde Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., hierna te noemen Rabobank Nederland, vertegenwoordigd door de heer C. Hendriks

-de in Poeldijk gevestigde stichting Stichting Coördinatie Calamiteitenbestrijding Glastuinbouw, hierna te noemen CCG, vertegenwoordigd door haar voorzitter de heer T. van der Eijk;

-de in Poeldijk gevestigde vereniging AVAG – Platform Toeleveranciers Glastuinbouw, hierna te noemen AVAG, vertegenwoordigd door haar plv. voorzitter de heer M.A.W. Steentjes;

hebben in het voorjaar van 2002 deelgenomen aan hetOverlegplatform veiligheid en reparaties in de kassenbouw (hierna te noemen “het overlegplatform”). Onder voorzitterschap van de heer J. van der Veen (voorzitter Productschap Tuinbouw) hebben zij gesproken over de problematiek van de veiligheid van het repareren van tuinbouwkassen. In het overleg is een verband gelegd tussen het aspect van de veiligheid en het bedrijfseconomische aspect van een snelle en efficiënte reparatie van tuinbouwkassen, zulks met het oog op het behoud van de teelt in een beschadigde kas en de continuïteit van het tuinbouwbedrijf. Het overleg heeft geleid tot de ondertekening door de genoemde partijen van het Convenant veiligheid en reparaties in de kassenbouw op 6 november 2002. In het najaar van 2011 is het overlegplatform weer bijeengekomen om te overleggen over een actualisering van het convenant.

 

DE VEILIGHEID VAN REPARATIES EN ONDERHOUD IN DE KASSENBOUW

Sinds de ondertekening van het convenant in 2002 is het veiligheidsbewustzijn in de tuinbouw en de tuinbouwtoelevering gegroeid. Dat is ook nodig gezien de sterk toegenomen hoogte van kassen, de steeds grotere glasmaten zowel in de gevels als in het dek en de smallere goten. Zowel tijdens de bouw van een kas als tijdens de reparatie van een schade en het onderhoud van een kas doen zich arbeidsrisico’s voor. In de bouwfase van een kas zijn die risico’s redelijk goed onder controle door het inzetten van moderne machines zoals beglazingsplatforms. De veiligheid en de efficiëntie van de werkmethodes voor het repareren en onderhouden van kassen is echter niet meegegroeid met die van de bouwmethodes. Het vervangen van kapotte ruiten houdt nog steeds een risico in dat door de grotere glasmaten eerder toe- dan afneemt. Bij het onderhoud van een kas, bijv. het krijten of reinigen van het dek, zijn vaak nog geen veilige methodes beschikbaar om het kasdek te betreden. 

Ten tijde van de ondertekening van het oorspronkelijke convenant hadden veel onder-aannemersbedrijven moeite met het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel. De bouwsector had geen goed imago, mede vanwege de niet altijd veilige werkmethodes. Thans is de veiligheid op bouwprojecten in de tuinbouw bij nieuwbouw sterk verbeterd, maar is er onvoldoende ontwikkeling geweest om onderhoud en reparaties veilig te kunnen uitvoeren. Aandacht voor veiligheid blijft daarom geboden om in de toekomst nieuwe mensen te interesseren voor het werken in de kassenbouw.

Juist in de periode 2009 – 2011 is de arbeidscapaciteit in de Nederlandse kassenbouw zeer sterk teruggelopen. Veel kassenbouw gerelateerde bedrijven hebben gereorganiseerd of hebben andere activiteiten, buiten de kassenbouw ontwikkeld. Deze ontwikkeling vormt een bedreiging van de arbeidscapaciteit in de sector en voor de snelheid van repareren na een calamiteit. De partijen in het convenant willen er alles aan doen om deze bedreiging af te wenden en richten zich daartoe o.a. op het veilig werken door een verdere ontwikkeling van de hiervoor noodzakelijke hulpmiddelen en omstandigheden.

 

ARBOCATALOGUS

Sinds de ondertekening van het convenant in 2002 is de wetgeving op het gebied van veilig werken gewijzigd. De overheid trekt zich terug op de hoofdlijnen en legt de verantwoordelijkheid voor veilig werken bij werkgevers en werknemers. De Arbeidsinspectie heeft minder capaciteit voor controles en komt vaak pas in actie als zich een arbeidsongeval heeft voorgedaan. Sociale partners hebben de arbocatalogus als nieuw instrument in het leven geroepen waarmee zij zelf de verantwoordelijkheid kunnen nemen en regels kunnen vastleggen voor veilig werken.

Zowel de primaire tuinbouw (LTO Glaskracht) als de tuinbouw toelevering (AVAG, NVOK, VSR) hebben een arbocatalogus opgesteld. Hiermee ligt voor veel verschillende werkzaamheden in die sectoren vast hoe deze op een veilige manier kunnen worden uitgevoerd. De arbocatalogus is voor de Arbeidsinspectie – naast de wet – de toetssteen voor de beoordeling van arbo-risico’s. Twee maatregelen die zijn geïntroduceerd in de eerste versie van het convenant, zijn ondertussen opgenomen in de AVAG Arbocatalogus Tuinbouwprojecten:

1. Reparatiesysteem

Een kas moet voorzien zijn van een reparatiesysteem of reparatievoorzieningen die inzetbaar zijn voor die kas. Voor zover van toepassing moet het systeem voorzien zijn van een CE-keur. Zowel het horizontaal als het verticaal transport moet voldoen aan de daarvoor gestelde veiligheidsnormen (norm voor hang- en rolsteigers). Een en ander moet al vóór de aanvang van de bouw van een kas worden geregeld.

2. Reparatie met gehard glas

Bij handmatige reparatie van een kas moet voor ruiten met een oppervlakte van 1,8 m2 of meer altijd gehard glas worden gebruikt. Indien geen ruiten van gehard glas, maar wel van snijglas op voorraad zijn, moet met halve ruiten worden gewerkt. Bij reparatie van onderaf met behulp van een beglazingsplateau kan, afhankelijk van de door of in overleg met de Arbeidsinspectie vastgestelde richtlijnen en de uitvoering van het plateau, eventueel reparatie met gewoon glas (snijglas) plaatsvinden. De richtlijnen van de Arbeidsinspectie bepalen, in combinatie met de gebruikte reparatiemethode, in uiterste instantie steeds welk glas moet worden toegepast.

 

HET BEDRIJFSECONOMISCH ASPECT VAN REPARATIES IN DE KASSENBOUW

Verzekeraars en herverzekeraars zijn op basis van een risicoanalyse tot de conclusie gekomen dat de tuinbouw een groot stormrisico vormt. Dit proces van heroverweging van de risico’s in de sector heeft ertoe geleid dat verzekeraars aanvullende condities hebben gesteld voor het verzekeren van tuinbouwprojecten.

Vanuit een risicomanagement benadering dringen verzekeraars aan op het creëren van mogelijkheden voor snelle en verantwoorde uitvoering van kasreparaties en het actief inzetten van preventiemaatregelen om schades te voorkomen. Juist op dit vlak kunnen in alle “levensfases” van een tuinbouwproject, vanaf de eerste voorbereidingen voor nieuwbouw tot en met de sloop, nog grote stappen worden gezet. Een goed onderhoud van de kas speelt hierbij eveneens een belangrijke rol.

Waar mogelijk kan het de snelheid en de beheersbaarheid van de kosten van het repareren ten goede komen als de tuinbouwondernemer kleine reparaties zelf uitvoert. Hij dient daartoe de middelen beschikbaar te hebben en zijn personeel op te leiden om deze werkzaamheden te verrichten. Indien nodig zullen kassenbouwers, onderaannemers en onderhoudsbedrijven in dit voortraject hierbij ondersteuning bieden. Het geheel van maatregelen voor een veilige bouw, onderhoud en gebruik van de kas dient ervoor te zorgen dat tuinbouwbedrijven en toeleveranciers zich tegen acceptabele voorwaarden kunnen blijven verzekeren. In het verlengde daarvan wordt dan tevens de financiering van bedrijven en projecten zeker gesteld. Uiteindelijk zal dit ertoe leiden dat de tuinbouw en de tuinbouw toelevering zich op een bedrijfseconomisch gezonde en verantwoorde manier kunnen ontwikkelen en dat de continuïteit van de sector voor de langere termijn wordt gewaarborgd.

 

DE OVERWEGINGEN VAN DE PARTIJEN IN HET OVERLEGPLATFORM

Alle partijen die aan het overlegplatform deelnemen, zijn het erover eens dat de veiligheid van iedere persoon die bouw-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan een kas uitvoert, de hoogste prioriteit geniet.

De koppeling van de veiligheid van reparaties aan het bedrijfseconomisch aspect daarvan geeft het belang van deze zaak nog sterker aan. Het bedrijfseconomisch aspect van onveilig en/of inefficiënt repareren is een potentiële bedreiging voor de continuïteit van de Nederlandse glastuinbouw en kan een negatieve invloed hebben op alle geledingen in de sector. Partijen zijn het er om deze reden over eens dat maatregelen moeten worden getroffen die zowel de veiligheid als de efficiëntie van het repareren van tuinbouwkassen ten goede komen. Hierbij moet worden gedacht aan een complex van maatregelen van zowel technische als organisatorische aard, niet alleen in de sfeer van het repareren van kassen maar ook bij het onderhoud, waaronder mede te verstaan het krijten en reinigen van kassen.

De partijen zijn gezamenlijk van mening dat deze maatregelen alleen dan het beoogde effect zullen sorteren als zij breed, door alle partijen worden ondersteund en uitgedragen. Alle partijen zullen hun eigen achterban hierover moeten informeren en in hun contacten met klanten (tuinbouwondernemers) de naleving van de betreffende maatregelen moeten stimuleren en waar mogelijk afdwingen, bijv. door deze in hun algemene voorwaarden op te nemen.

 

DE STICHTING CCG

Het Overlegplatform heeft de Stichting CCG aangewezen als bewaker en coördinator van het convenant. Veel partners in het convenant zijn tevens deelnemer van de Stichting CCG. Op voorstel van het bestuur van de Stichting CCG is in 2012 een geactualiseerde versie van het convenant vastgesteld en ondertekend.

 

DE PARTIJEN NEMEN DE VOLGENDE VERPLICHTINGEN OP ZICH

1. De partijen verplichten zich om hun eigen achterban en hun klanten (tuinbouwonder-nemers) voor te lichten over het belang van veilige en bedrijfseconomisch verantwoorde reparaties en reparatiemethodes van tuinbouwkassen en in het bijzonder over de hierna genoemde maatregelen.

2. De partijen zullen in hun contacten met klanten de naleving van de hierna genoemde maatregelen bevorderen op alle mogelijke manieren die in redelijkheid kunnen worden verlangd. Dit kan bijvoorbeeld geschieden door de naleving van de maatregelen op te nemen in algemene voorwaarden of specifieke contractsvoorwaarden, maar ook door al in de ontwerpfase van een nieuwbouwproject rekening te houden met alle aspecten van veilige reparatie en onderhoud (bijv. toepassen van gehard glas).

 

MAATREGELEN TER BEVORDERING VAN VEILIGE EN BEDRIJFSECONOMISCH VERANTWOORDE REPARATIES EN ONDERHOUD VAN TUINBOUWKASSEN

1. Bereikbaarheid

De basis van een veilige en efficiënte werkwijze in de kassenbouw, zowel tijdens de bouw als tijdens de reparatie van een kas, is gelegen in een goede bereikbaarheid voor mensen en materialen van de plaatsen waar werkzaamheden worden verricht. Voor het geval deze werkzaamheden aan de buitenkant van de kas worden verricht, kan deze bereikbaarheid bijv. op de volgende twee manieren worden bewerkstelligd, nl. door een pad om de kas waardoor machines op de plaats van de werkzaamheden kunnen komen of een servicerail waarover machines kunnen worden geleid. Een combinatie van beide methodes is eveneens mogelijk. In geval van een pad om de kas moet dit goed toegankelijk zijn, goed begaanbaar (verhard) en breed genoeg om machines door te laten. In geval van een servicerail moet het begin daarvan goed en onbelemmerd toegankelijk zijn en is het terrein ter plaatse verhard om een goede bevoorrading van de machines op de servicerail mogelijk te maken.

2. Reparatiesysteem

Een tuinbouwkas moet voorzien zijn van een reparatiesysteem of reparatievoorzieningen die geschikt en inzetbaar zijn voor die kas. Voor zover van toepassing, moet het systeem voorzien zijn van een CE-keur. Zowel het horizontaal als het verticaal transport van de ruiten moet voldoen aan de daarvoor gestelde veiligheidsnormen (norm voor hang- en rolsteigers). Een en ander moet al vóór de aanvang van de bouw van de kas worden geregeld c.q. ontworpen.

3. Preventieve maatregelen

De eigenaar van een tuinbouwkas moet ten minste de volgende voorzorgsmaatregelen nemen om een snelle reparatie van schade aan de kas mogelijk te maken en de gevolgschade aan het gewas of de bedrijfsvoering als gevolg van beschadiging van de kas zoveel mogelijk te voorkomen.

a. Met het oog op een snelle start van de reparatiewerkzaamheden moet op ieder tuin-bouwbedrijf een voorraad van tenminste honderd ruiten aanwezig of, bijv. vanuit een centraal aangelegde voorraad, direct beschikbaar zijn. Tenminste de helft van deze ruiten moet de maat hebben van de grootste bij het bedrijf toegepaste (dek)ruiten. Indien tevens een voorraad snijglas wordt aangehouden, moet dit floatglas zijn. Tegelijk met het glas, moet voorts een voldoende voorraad van de benodigde roeden of andere materialen worden aangehouden.

b. Met het oog op het voorkomen van gewas- of andere gevolgschade moet op ieder tuinbouwbedrijf of cluster van tuinbouwbedrijven een aantal noodreparatiesets aanwezig zijn in een verhouding van vijf sets per hectare kasoppervlakte met een maximum van twintig sets.

c. De eigenaar van de kas dient te zorgen dat de kas in het algemeen op een veilige manier kan worden onderhouden en gerepareerd, bijv. door te investeren in servicerails, servicedoks en reparatievoorzieningen waarmee het dek van de kas veilig kan worden betreden en de werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd.

4. Onderhoud van de kas

a. De voorgeschreven maatregelen voor de reparatie van een kas, gelden waar mogelijk eveneens voor het onderhoud van een kas, daaronder mede begrepen het krijten en reinigen van het kasdek.

b. Om schade aan kassen te voorkomen, is goed onderhoud een eerste vereiste. Losse ruiten en losliggende materialen dienen te worden vervangen dan wel verwijderd om te voorkomen dat zij tijdens een storm in het rond vliegen en verdere schade veroorzaken.

c. Indien mogelijk zal het krijten en reinigen van een kas zoveel mogelijk geautomatiseerd, met onbemande machines worden uitgevoerd.

5. Opleidingen

Tuinbouwbedrijven dienen hun medewerkers zodanig op te leiden dat zij eenvoudige reparaties zelf op een veilige manier kunnen uitvoeren.

6. Arbocatalogus

Voor werkzaamheden die vallen onder de werkingssfeer van een arbocatalogus, geldt in alle gevallen dat de hierin opgenomen voorschriften dienen te worden opgevolgd en voorrang hebben boven eventueel afwijkende voorschriften in dit convenant.

 

ONDERTEKENING

De in de aanhef genoemde partijen bekrachtigen door de ondertekening van dit convenant de daarin vermelde afspraken en verklaren dat zij zich daaraan zullen houden en naar de letter en de geest van die afspraken zullen handelen.

Ondertekend te Gorinchem op 15 februari 2012 door:

A.M. Boersma, AgriVer B.A.; T. van der Eijk, Stichting CCG; M. KLunke, Gartenbau Versicherungen; H.J. Maters, AVAG; B.W.M. Koeckhoven, Achmea; M.L. Boonstra, NVOK; D. Hylkema, LTO Nederland; A.A. Hanemaaijer, O.V.T.O.; C. Hendriks, Rabobank Nederland
 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Gebruik gehard glas voorzien van afgeronde randen in plaats van standaard vlakglas met scherpe randen.
  • Voer producten uitgevoerd in plaatmateriaal uit met omgezette randen..
  • Gebruik bij het strippen van draad een draadstripper in plaats van een mes.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Scherm scherpe randen af.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Bij het gebruik van een mes, snij van je af.
  • Gebruik snijbestendige handschoenen conform EN 388, naarmate een handschoen hoger scoort op het gebied van snijbestendigheid, biedt deze meer bescherming.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van letsel als gevolg van snijden.
  • Beheersmaatregelen om snij-incidenten te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Voorkom dat handmatig getild moet worden. In plaats van het handmatig tillen of dragen van materialen, wordt gebruik gemaakt van machines, zoals: heftrucks, hefplatforms, kranen, vacuümhefapparatuur etc.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Wanneer toch getild moet worden gebruik tilhulpmiddelen waarmee het te tillen materiaal makkelijker opgepakt kan worden zoals bijvoorbeeld zuignappen en vacuümsystemen.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Richt handmatige til en draagwerkzaamheden zodanig in dat:

  • Bij tillen is het maximale gewicht voor één persoon 25 Kg, geadviseerd wordt om maximaal 23 kg te tillen.
  • Met 2 personen mag maximaal 50 kg getilt worden.
  • Boven 50 kg tilgewicht moeten tilhulpmiddelen gebruikt worden.
  • Voorkom tillen tijdens het zitten.
  • Beperk de tilhoogte zoveel mogelijk.
  • Beperk de verplaatsingsafstand.
  • Let op gladde, oneffen vloeren, gaten en trappen.
  • Organiseer het werk zo, zodat je regelmatig van houding kunt wisselen, zelf het tempo kunt bepalen en veel relatief korte pauzes kunt inlassen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Handschoenen dragen bij tillen van voorwerpen met scherpe randen.
  • Regelmatig van houding wisselen.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over de juiste tilhouding:

  • Een rechte rug en gebogen knieën.
  • Houd, bij tillen, de last zo dicht mogelijk tegen u aan.

 

Abonneren op RSS - Convenant Veilig repareren en onderhouden van tuinbouwkassen. (2012)