Arbobesluit Artikel 5. 4 Ergonomische inrichting werkplekken

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Repeterende bewegingen kunnen geëlimineerd worden door automatisering van het werkproces.

Op locatie komen repeterende bewegingen eigenlijk niet voor.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Verminderen van de belasting van repeterende beweging door ergonomische inrichting van de werkplek en de aanschaf van gereedschappen met een ergonomische grip, waardoor de positie van handen, polsen en armen zo natuurlijk mogelijk is.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Organisatorische maatregelen die blootstelling aan repeterende bewegingen kunnen beperken zijn:

  • Afwisselen van werkzaamheden door uitbreiden van activiteiten per medewerker.
  • Afspraken maken over de maximale tijd dat een repeterende handeling uitgevoerd mag worden.
  • Afspraken maken over taakroulatie.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over de juiste werkhouding en de risico’s van gezondheidsschade als gevolg van repeterende bewegingen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Voorkom dat langdurig achter elkaar staand werk op dezelfde plaats moet worden uitgevoerd. Zorg in dat geval voor een andere indeling van de werkzaamheden waardoor voldoende afwisseling in de werkhouding mogelijk is.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Beschikbaar stellen van sta-steun of kruk om de positie af te kunnen wisselen wanneer langdurig achter elkaar (installatie-)werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Richt het werk zodanig in door het inlassen van korte pauzes of taakroulatieschema’s te implementeren, waarbij werknemers van taak wisselen, zodat er mogelijkheden bestaan om tijdig van houding te veranderen en langdurig staan en zitten te vermijden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

PBM kunnen een bijdrage leveren aan de fysieke belasting:

  • Goede werkschoenen met voldoende steun en ergonomische voetbed.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over het belang van een goede werkhouding en voorkomen van langdurig uitvoeren van staand werk.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Voorkom dat handmatig getild moet worden. In plaats van het handmatig tillen of dragen van materialen, wordt gebruik gemaakt van machines, zoals: heftrucks, hefplatforms, kranen, vacuümhefapparatuur etc.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Wanneer toch getild moet worden gebruik tilhulpmiddelen waarmee het te tillen materiaal makkelijker opgepakt kan worden zoals bijvoorbeeld zuignappen en vacuümsystemen.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Richt handmatige til en draagwerkzaamheden zodanig in dat:

  • Bij tillen is het maximale gewicht voor één persoon 25 Kg, geadviseerd wordt om maximaal 23 kg te tillen.
  • Met 2 personen mag maximaal 50 kg getilt worden.
  • Boven 50 kg tilgewicht moeten tilhulpmiddelen gebruikt worden.
  • Voorkom tillen tijdens het zitten.
  • Beperk de tilhoogte zoveel mogelijk.
  • Beperk de verplaatsingsafstand.
  • Let op gladde, oneffen vloeren, gaten en trappen.
  • Organiseer het werk zo, zodat je regelmatig van houding kunt wisselen, zelf het tempo kunt bepalen en veel relatief korte pauzes kunt inlassen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Handschoenen dragen bij tillen van voorwerpen met scherpe randen.
  • Regelmatig van houding wisselen.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over de juiste tilhouding:

  • Een rechte rug en gebogen knieën.
  • Houd, bij tillen, de last zo dicht mogelijk tegen u aan.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Voorkom dat medewerkers handmatig moeten duwen en trekken, door materialen te verplaatsen met behulp van transportmiddelen, zoals: heftruck en trekker met materiaaltransportwagens.

Voorkomen duw- of trekkracht van > 250N.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Zorg voor effen, harde vloeren die een lage rolweerstand hebben, vermijd drempels.

Stem het type wiel af op de ondergrond:

  • Harde wielen bij een vlakke vloer.
  • Zachte wielen bij een oneffen vloer.

Zorg dat handgrepen aan handmatige transportmiddelen, tussen elleboog- en schouderhoogte bevestigd zijn.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Organisatorische maatregelen bestaan uit:

  • Laat materialen zo dicht mogelijk bij de plaats waar deze gebruikt moeten worden afleveren zodat de verplaatsingsafstand beperkt is.
  • Let op gladde, oneffen vloeren, gaten en trappen.
  • Organiseer het werk zo, zodat je regelmatig van houding kunt wisselen, zelf het tempo kunt bepalen en veel relatief korte pauzes kunt inlassen.
  • Zorg voor regelmatig onderhoud van transportmiddelen.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Minder overbelasting door duwen en trekken is mogelijk door werknemers het gebruik van de juiste werktechnieken aan te leren. Zorg bovendien voor voldoende afwisseling in de werkzaamheden en voldoende pauzes, zodat het lichaam zich kan herstellen.

 

PBM kunnen een bijdrage leveren aan de fysieke belasting:

  • Goede werkschoenen met stroeve zool.
  • Gebruik van handschoenen voor een betere grip.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over de risico’s en beheersmaatregelen bij duwen en trekken tijdens de uitvoering van verschillende soorten werkzaamheden.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 

Als sprake is van ongunstige werkhoudingen, kijk dan of een machine het werk kan doen of dat de werksituatie zo kan worden verbeterd dat ongunstige werkhoudingen worden voorkomen. Bijvoorbeeld:

  • Inzet van heftafels of materiaalkarren, zodat op goede werkhoogte gewerkt kan worden.
  • Een manipulator (met klem of zuignap) gebruiken om de materialen in elke gewenste positie en hoogte te plaatsen, waardoor de werknemers geen belastende werkhoudingen hoeft aan te nemen.
  • Materialen, middelen en gereedschappen binnen reikafstand beschikbaar hebben.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Inzet van werkplatforms, zodat de werkzaamheden vanaf een ingerichte werkplek op hoogte plaats kunnen vinden.
  • Inzet van heftafels of materiaalkarren, zodat op goede werkhoogte gewerkt kan worden.
  • Een manipulator (met klem of zuignap) gebruiken om de materialen in elke gewenste positie en hoogte te plaatsen, waardoor de werknemers geen belastende werkhoudingen hoeft aan te nemen.
  • Materialen, middelen en gereedschappen binnen reikafstand beschikbaar hebben.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 

Organisatorische aanpassing van het werk kan leiden tot verschillende soorten taken met verschillende werkhoudingen (afwisseling tussen zitten, staan en lopen). Bijvoorbeeld:

  • Als het werk uit weinig verschillende maar wel zware taken bestaat, breid dan het takenpakket uit of rouleer taken met taken van andere, lichtere functies. Spreid zwaar werk over meerdere werknemers.
  • Organiseer het werk zo dat regelmatig van houding wisselen, zelf het tempo bepalen en het inpassen van bij voorkeur veel relatief korte pauzes mogelijk is. Veel, korte pauzes zijn effectiever dan enkele lange.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Een goede werktechniek en slim werken kan bijdragen aan het verminderen van de belasting door werkhoudingen, denk hierbij aan:

  • Hanteer een ontspannen werkwijze.
  • Voorkom draaien van de rug.
  • Stel de werkplek goed in.
  • Wissel zwaar werk af met minder belastende werkzaamheden.
  • Wissel een verschillende werkhoudingen (staan en zitten) af met meer bijvoorbeeld lopen,
  • Houd de rug zoveel mogelijk recht.
  • Houd de objecten waaraan gewerkt wordt, dichtbij en recht voor het lichaam.

 

PBM kunnen een bijdrage leveren aan de beperking van fysieke belasting:

  • Goede werkschoenen met stroeve zool.
  • Het gebruik van kniebeschermers bij het werken op de knieën.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over de juiste werkhouding bij de uitvoering van verschillende soorten werkzaamheden.

 

Abonneren op RSS - Arbobesluit Artikel 5. 4 Ergonomische inrichting werkplekken