Arbobesluit Artikel 3.30 Bouwputten, tunnels, uitgravingen en andere ondergrondse werkzaamheden en grondverzetwerkzaamheden

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 

Wanneer putten of sleuven dieper zijn dan 2,5 meter gelden de regels bij werken op hoogte:

  • Er moet op 4m afstand van de rand worden gewerkt en de 4m grens moet worden gemarkeerd
  • Materiaal moet 4m van de rand worden geplaatst.

of

  • Er kan tot op 2 meter van de rand gewerkt worden indien er een fysieke afzetting is geplaatst op 2 meter van de dakrand, bijvoorbeeld door paaltjes met een ketting of linten.
  • Materiaal moet 4m van de rand worden geplaatst.

of

  • Er moet randbeveiliging/ een leuning worden geplaatst met een hoogte van 1 meter en halverwege een tussenleuning

 

Zorg voor goede verlichting van de arbeidsplaats.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Zorg voor scheiding van werkzaamheden, hou de graafwerkzaamheden gescheiden van de overige werkzaamheden door duidelijke afspraken en coördinatie van werkzaamheden door de hoofdaannemer. 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Draag Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van vallen in putten en sleuven.
  • Beheersmaatregelen om vallen in putten en sleuven te voorkomen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom instorten van putten en sleuven.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Wanneer er dieper dan 1 meter gegraven wordt moeten er een taludbak / stutschotten / damwanden worden toegepast. Indien dat niet mogelijk is moet er onder een veilig talud worden gegraven, zie tabel. 
  • Grondverzetmachines dienen op afstand van het talud te blijven, bij graven tot 1 meter is 0,5 tot 1 meter voldoende, daarboven dient meer afstand gehouden te worden. 
  • Grondverzetmachines dienen met het rijwerk loodrecht op de sleuf opgesteld te worden.
  • Indien er valgevaar aanwezig is, en zeker bij ontgravingen van 2,5 meter of meer, dient er doelmatige afzetting geplaatst te worden. 
  • Bij ontgravingen van 1 meter of dieper zorg voor minimaal 2 uitgangen in tegenovergestelde einden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Waarschuw werknemers en derden dat er op het terrein graaf / grondverzetwerkzaamheden uitgevoerd worden, en dat zij uit de buurt moeten blijven van de putten en sleuven.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Medewerkers beschikken over de volgende Persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Veiligheidsschoenen (S3 stalen neus)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van instorten van putten en sleuven.
  • Beheersmaatregelen om instorten van putten en sleuven te voorkomen.

 

Abonneren op RSS - Arbobesluit Artikel 3.30 Bouwputten, tunnels, uitgravingen en andere ondergrondse werkzaamheden en grondverzetwerkzaamheden