Omgeving aangereden worden door automatisch rijdend voertuig (AGV)

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

In tuinbouwkassen wordt steeds meer gebruik gemaakt van automatisch rijdende voertuigen (Automatic Guided Vehicles: AGV's). 

Deze automatische voertuigen zijn voorzien van diverse beveiligingen om aanrijding met voorwerpen en personen te voorkomen, zoals benaderingsschakelaars die het voertuig moeten stoppen als deze in aanraking komt met een persoon of voorwerp. Tevens zijn deze uitgerust met licht en geluidssignalen om personen te waarschuwen.

Bij het uitvoeren van service- en onderhoudswerkzaamheden in een kas, dient hier rekening mee gehouden te worden om letsel te voorkomen.

 

Op plaatsen met risico op automatisch startende machines staat het volgende bord:

Bord: ISO 7010 W018 Waarschuwing Automatisch Startende Machine

 

Aan de rand van het werkgebied van de machine wordt een waarschuwingsbord geplaats, bijvoorbeeld:

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Scheiding werkplek en transportpaden.
  • Werk nooit in het werkgebied van automatisch rijdende voertuigen die nog in bedrijf zijn.

 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Markering veilige looproutes.
  • Automatische voertuigen zijn voorzien van elektronische bumpers en stoppen bij aanrijding met een persoon of voorwerp. 
  • Automatische voertuigen zijn uitgerust met een licht en geluidsignaal als deze (gaan) bewegen. 
  • Automatisch voertuigen zijn voorzien van een noodstopvoorziening waarmee deze stop gezet kan worden. 

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Stem met de opdrachtgever af over de uitschakeling en het veilig stellen van automatisch voertuigen (LoToTo).

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • De elektronische bumpers dienen als beveiligingsmiddel. Gebruik deze sensoren niet om tijdens het normale gebruik het voertuig te stoppen.
  • Het meerijden op de automatische voertuigen is ten strengste verboden!
  • Veiligheidsschoenen (type S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van aanrijding door automatisch rijdende voertuigen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om aanrijding te voorkomen.