Blootstelling biologische agentia

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Biologische agentia: al dan niet genetisch gemodificeerde micro-organismen, celculturen en menselijke endoparasieten die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken.

 

Biologische agentia worden in 4 categorieën onderscheiden:

  • Categorie 1: een agens waarvan het onwaarschijnlijk is dat het bij de mens een ziekte kan veroorzaken;
  • Categorie 2: een agens dat bij de mens een ziekte kan veroorzaken en een gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers kan opleveren, maar waarvan het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt, terwijl er gewoonlijk een effectieve profylaxe of behandeling bestaat;
  • Categorie 3: een agens dat bij de mens een ernstige ziekte kan veroorzaken en een groot gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers kan opleveren en waarvan er een kans is dat het zich onder de bevolking verspreidt, terwijl er gewoonlijk een effectieve profylaxe of behandeling bestaat;
  • Categorie 4: een agens dat bij de mens een ernstige ziekte veroorzaakt en een groot gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers oplevert en waarvan het zeer waarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt, terwijl er gewoonlijk geen effectieve profylaxe of behandeling bestaat.

 

In de Kassenbouw en kasinstallatie beperken de gevaren zich categorie 1 en 2, en komen we bijvoorbeeld tegen in de vorm van:

  • Bacteriën
  • Schimmels
  • Parasieten
  • Teken
  • Legionella (deze wordt in een apart hoofdstuk behandeld)

 

Werknemers in de kassenbouw en kasinstallatietechniek werken zelf niet met biologische agentia, maar zouden door de omgeving waarin gewerkt wordt wel blootgesteld kunnen worden aan biologische agentia.

 

Blootstelling aan biologische agentia kan plaatsvinden door het werken in grond en met (afval)water waarin zich deze agentia bevinden.

 

Stof van paprika’s en sierplanten:

Als gevolg van blootstelling aan stof van organische oorsprong dat grote hoeveelheden bacteriën en schimmels bevat, zoals stof van paprika’s of sierplanten, kan men last krijgen van: koorts, spierpijn, rillingen, hoofdpijn, keelpijn, droge hoest, druk op de borst. Dit effect wordt veroorzaakt door endotoxinen en mycotoxinen, afbraakproducten van bacteriën en schimmels.

 

In 2010 heeft de Gezondheidsraad een gezondheidskundige grenswaarde geadviseerd van 90 endotoxine eenheden/m3 bij TGG-8uur. (ca. 9 nanogram/m3)

 

Virussen in de vorm van een pandemie zoals Corona:

Corona in de vorm zoals in 2020 een wereldwijde pandemie veroorzaakte valt volgens bovenstaande indeling in categorie 3 of 4. In het kader van deze arbocatalogus wordt dit hier niet verder behandeld.

 

Op de plaats waar biologische agentia aanwezig kunnen zijn, is het volgende bord geplaatst:

ISO 7010-W009 Waarschuwing: Biologische agentia

 

 

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Voorkom blootstelling aan biologische agentia door vorkomen van werkzaamheden waarbij de kans op blootstelling aan biologische agentia aanwezig is. 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Treffen van maatregelen waarbij het vrijkomen van biologische agentia beperkt wordt.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Indien vermoeden bestaat op de aanwezigheid van biologische agentia van categorie 2 of hoger, wordt indien mogelijk onderzoek gedaan naar de aanwezigheid daarvan. 
  • Beperk het aantal werknemers dat werkzaamheden verricht waarbij kans is op blootstelling aan biologische agentia. 
  • Zorg voor zover noodzakelijk voor douches, oogdouches en huidantiseptica.

 

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan biologische agentia wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: 

  • Vóór de aanvang van de blootstelling.
  • Wanneer een infectie of ziekte is opgelopen.
  • Bij dezelfde blootstelling aan biologische agentia waarbij een collega is ziek geworden.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Op plaatsen waar gevaar bestaat voor blootstelling aan biologische agentia wordt niet gerookt noch wordt daar voedsel of drank genuttigd.
  • Trek verontreinigde kleding uit en was de handen voor het eten en drinken.

 

Werknemers krijgen de beschikking over bij de biologische agentia passende persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals:

  • Handschoenen
  • Veiligheidsschoenen
  • Veiligheidsbril/gelaatsbescherming
  • Vanaf categorie 2: beschermende kleding.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft voorlichting over:

  • De mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met biologische agentia;
  • De te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;
  • De te nemen actie in geval zich een ongeval voordoet met biologische agentia;
  • De bestaande hygiënische voorschriften;
  • Het dragen en gebruiken van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen