Omgeving aangereden worden door een mobiel arbeidsmiddel met bestuurder

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Bij realisering van een nieuwe tuinbouwkas wordt veel gebruik gemaakt van mobiele werktuigen zoals:

  • Grondverzetmachines
  • Tractoren
  • Verreikers
  • Hoogwerkers
  • Materiaaltransportwagens
  • Werkplatforms
  • Vrachtwagens
  • Hefrtucks

 

Door de vele voertuigbewegingen in combinatie met werknemers die te voet zijn de werkzaamheden uitvoeren, bestaat het gevaar dat een werknemer aangereden wordt door een mobiel werktuig.

 

Plaatsen met aanrijdingsgevaar zijn aangegeven met het volgende bord:

ISO 7010-W014 Waarschuwing vorkheftruck en andere industriële voertuigen

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Scheiding werkplek, looproutes en transportpaden

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Markering veilige looproutes.
  • Markering van verkeerswegen voor zover de projectlocatie dat toelaat met goed zichtbare strepen.
  • Bij het achteruit rijden moet het voertuig een geluidsignaal geven.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden vindt afstemming plaats tussen bestuurders en medewerkers te voet.
  • Bestuurders van mobiele werktuigen zijn extra alert op de positie van medewerkers die helpen bij het uitvoeren van de werkzaamheden.
  • Werknemers en derden te voet hebben te allen tijde voorrang boven mobiele werktuigen.
  • Werknemers en derden te voet maken pas van het voorrangsrecht gebruik als zij hebben zeker gesteld dat de bestuurder van het mobiele werktuig ze heeft opgemerkt.

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • Veiligheidsschoenen (type S3)
  • Signaalkleding, bij voorkeur oranje

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • De gevaren van aanrijding door mobiele werktuigen op de projectlocatie.
  • Beheersmaatregelen om aanrijding te voorkomen.

 

Bestuurders van mobiele werktuigen beschikken over:

  • Specifieke deskundigheid voor het bedienen van het mobiele werktuig.