Letsel verstappen

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

De gemiddelde werknemer kan de volgende hoogteverschillen overbruggen zonder zich daarbij te verstappen:

  • Opstappen van maximaal 48 cm
  • Afstappen van maximaal 54 cm

Maar de gemiddelde werknemer bestaat niet, dus ligt de vuistregel voor een redelijke op- en afstaphoogte op zo’n 35 a 40 cm. Hou hier rekening bij bij de inrichting van looproutes op de projectlocatie.

 

Ook bij het lopen over onstabiele ondergrond zoals bij nieuwbouw van een tuinbouwcomplex loopt men het risico om zich te verstappen.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Maak op en afstappen niet te hoog.
  • Zorg voor een vaste stabiele ondergrond om over te lopen. 

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Breng veilige looproutes aan.
  • Wanneer de op- afstap te hoog is, breng een stabiele tussentree aan.

Zet hogere hoogteverschillen die niet bedoeld zijn als op- en afstappen af:

  • Op 2 meter van de rand een fysieke afzetting, bijvoorbeeld door paaltjes met een ketting of linten. 

of

  • Er moet randbeveiliging/ een leuning van tenminste 1 meter hoogworden geplaatst als er kans is op valgevaar. 

 

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 
  • (hoge) Veiligheidsschoenen (S3)

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever informeert de werknemers over:

  • Gevaar van verstappen.
  • Beheersmaatregelen om verstappen te voorkomen.