Blootstelling (extreme) warmte

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

In kassen en daarbuiten is het vooral in het voorjaar en de zomer snel warm. Vanaf een temperatuur van 25°C moet je maatregelen nemen omdat het (werk)klimaat schade aan de gezondheid kan veroorzaken.

Bij werkzaamheden in kassen, kan de temperatuur ook snel oplopen op sommige dagen kan het zelfs 50°C worden.

 

De belangrijke factoren waarmee je rekening moet houden zijn:

  • Relatieve luchtvochtigheid
  • Ventilatie
  • Fysieke inspanning
  • Kleding
  • Conditie (gezondheid)

 

Voor het bepalen van de temperatuur waarbij mensen zonder gevaar voor de gezondheid kunnen werken maken we gebruik van de Hitte index van Steadman. Deze hitte index, die geldt voor werken in de schaduw bij zonnig weer, wordt bepaald uit een combinatie van temperatuur en vochtigheid. De tabel vermeldt ook wat de gevolgen van de verschillende waarden voor de mens kunnen zijn en wanneer de gezondheid bij grote lichamelijke inspanning gevaar loopt.

  • Vanaf een hitte-index van 31 of meer is voorzichtigheid geboden, of wel bij temperaturen vanaf 30 graden als de luchtvochtigheid groter is dan 50%.
  • Komt de hitte-index uit boven een waarde van 39 dan wordt het gevaarlijk voor de gezondheid. Dat doet zich voor bij temperaturen van 35 graden en hoger, in combinatie met een luchtvochtigheid van meer dan 50%.
  • Als vuistregel geldt dat als de temperatuur voor de werknemer op de werkplek hoger is dan 40 °C en er sprake is van ernstig risico voor de gezondheid het werk moet worden stilgelegd.

 

Voor mensen met een kwetsbare gezondheid (b.v. door medicijn gebruik) geldt dat zij al eerder maatregelen moeten nemen om gezondheidsschade door hitte te voorkomen.

 

Bij hoge temperaturen moet je dus maatregelen nemen om te voorkomen dat je gevaar loopt en het werk stilgelegd moet worden.

 

Overeenkomstig de arbeidshygiënische strategie, gelden de volgende beheersmaatregelen:

Gevaren moeten altijd bij de bron  worden aangepakt (niveau 1). Pas als dat niet mogelijk of niet voldoende is, worden aanvullende maatregelen genomen gericht op collectieve bescherming, technische maatregelen (niveau 2) en organisatorische maatregelen (niveau 3). Als dat nog steeds niet voldoende bescherming biedt, volgen maatregelen gericht op individuele bescherming (niveau 4) met als laatste stap het verstrekken van doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen.

Niveau 1 Bronmaatregelen: 
  • Werkzaamheden op gunstig tijdstip plannen, vroeg beginnen.
  • Werkzaamheden stoppen wanneer de temperatuur gevaar oplevert.

 

Niveau 2 Technische maatregelen: 
  • Laat de gevelbeglazing indien mogelijk open tot dat de warme periode voorbij is.
  • Laat luchtraammotoren met voorrang aansluiten zodat de luchtramen geopend kunnen worden.
  • Sluit indien mogelijk het schermdoek.
  • Krijt het kasdek om directe zonnestraling te voorkomen.
  • Plaats ventilatoren.

 

Niveau 3 Organisatorische maatregelen: 
  • Las extra (drink)pauzes in.
  • Werk met een tropenrooster of schakel over op werkzaamheden die op een beschutte werkplek kunnen worden uitgevoerd.
  • Zorg voor voldoende frisse lucht en ventilatie.
  • Zorg dat werknemers voldoende kunnen drinken.

 

Niveau 4 Individuele maatregelen en PBM: 

Veiligheidsmaatregelen bij buitenwerkzaamheden:

  • Zorg dat de werknemers hoofdbescherming en zonwerende kleding dragen.
  • Zorg voor zonnebrandcrème met een voldoende hoge beschermingsfactor om de huid te beschermen
  • Aangepaste beschermende kleding, bijvoorbeeld coolpack of koelvest.

 

Verplichte opleiding en instructie: 

De werkgever geeft de werknemers voorlichting over:

  • Gevaren van het werken onder warme omstandigheden.
  • Te nemen beheersmaatregelen om de blootstelling of effecten te voorkomen of verkleinen.
  • Uitleg over te gebruiken beschermingsmiddelen.