Veilig uitvoeren van graafwerkzaamheden

Status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Zorgvuldigheid bij graafwerkzaamheden (in relatie tot het voorkomen van graafschades) is van belang omdat:

  • Graafschades veroorzaken risico voor de veiligheid en voor het milieu.

 

De belangrijkste gevaren/ risico’s van graafwerkzaamheden zijn:

  • Valgevaar.
  • Bedolven worden door inkalving van de sleuf.
  • Elektrocutie door het beschadigen van onder spanning staande kabels.
  • Brand en explosie door het beschadigen van gas- en olieleidingen.
  • Wateroverlast door instromend water.
  • Blootstelling aan gevaarlijke stoffen als gevolg van verontreinigde grond (gevaarlijke stoffen en/of biologische agentia.    
  • Geraakt worden door de graafmachine.

 

Maatregelen

  • Er moet een KLIC-melding worden gedaan om te achterhalen of er sprake is van leidingen of kabels die beschadigd kunnen worden.
  • Houdt voldoende afstand van de sleuf.
  • Zet de werkplek af.
  • Maak gebruik van accugereedschap of gereedschap met een veilige spanning.
  • Dragen van een veiligheidshelm, veiligheidsschoenen/-laarzen en duidelijk zichtbare kleding.
  • Naast een talud dat dieper is dan 1 m, moeten stroken van ten minste 50 cm worden vrijgehouden van de opslag van grond en materialen.
  • De aan te leggen sleuf moet voldoende breed zijn om daarin de werkzaamheden goed en veilig te kunnen uitvoeren. De bodem van de sleuf moet in de lengterichting vlak dan wel gelijkmatig geprofileerd zijn.
  • De put of sleuf moet zijn voorzien van voldoende veilige toegangen en uitgangen, bijvoorbeeld door middel van ladders. Sleuven breder dan 80 cm moeten zijn voorzien van deugdelijke overgangen.
  • Langs werkvloeren, bordessen en andere locaties waar wordt gewerkt of gelopen, dient leuning-  of hekwerk van tenminste 1 m hoog te worden aangebracht, zodanig uitgevoerd, dat ook het gevaar van in de put of sleuf vallende voorwerpen worden voorkomen.
  • Vanzelfsprekend moet worden voorkomen dat tijdens werkzaamheden mensen of voertuigen in de put of sleuf terechtkomen. Goede afzettingen en zo nodig verlichting zijn van groot belang.

 

Voorkomen van instorting

  • Indien de diepte van een put of sleuf meer bedraagt dan 1 m, moeten er stempelingen, bekistingen of damwanden worden toegepast, of moet er onder een veilig talud worden gegraven. Om te voorkomen dat de geul instort worden de volgende richtlijnen aangehouden bij het graven:

  • Het uitgegraven materiaal wordt naast de geul gedeponeerd, om deze later weer mee op te vullen.
  • Van geval tot geval moet vooraf worden bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn, rekening houdend met de eventueel te verwachten ongunstige invloeden, zoals:

               - zware bovenbelasting bij of langs de sleuf of put, door opslag van grond, materiaal of materieel, door belendende bebouwing of door een weglichaam;

               - grond die niet homogeen is of die een gelaagde structuur heeft;

               - trillingen, bijvoorbeeld veroorzaakt door een graafmachine, een heistelling of zwaar wegverkeer.

  • Taluds en grondkerende constructies moeten dagelijks, en na onderbreking door slecht weer, worden gecontroleerd en zo nodig hersteld.
  • Grondkerende constructies mogen pas worden weggehaald als het gevaar voor instorten van de grond is geweken.
  • Graafmachines en dergelijke dienen een zodanige afstand tot de sleuf of put aan te houden, dat geen gevaar voor instorten of inkalven van het talud aanwezig is. Hydraulische graafmachines en draglines dienen daarom te worden opgesteld met het rijwerk of de rupsen loodrecht op de lengterichting van de sleuf.

 

 

 

Verontreinigde grond

Aan het werken in en aan de grond zijn verschillende risico’s verbonden. De grond zelf brengt gezondheidsrisico’s met zich mee, doordat medewerkers kunnen worden blootgesteld aan vervuilde grond. Wanneer tijdens het uitvoeren van werkzaamheden het vermoeden bestaat dat er sprake is van vervuilde grond als gevolg van daarin aanwezige gevaarlijke stoffen: Stop de werkzaamheden en meldt dit direct bij de leidinggevende en opdrachtegever.